Google Analytics schemert door in de sitelinks

gepost op Woensdag 21 december 2011 door Lieven

Google Analytics schemert door in de sitelinks

De sitelinks die Google op zijn resultatenpagina's toont, helpen ons om snel de informatie te vinden die we op het web zoeken. Of de zoekrobot sitelinks laat zien en zo ja, welke sitelinks dat dan wel zijn, wordt echter bepaald door een algoritme dat wellicht ook informatie uit Google Analytics gebruikt.

Sitelinks zijn de links die onder sommige zoekresultaten op de SERP-pagina van Google worden weergegeven. Het zijn er maximaal twaalf. Sinds begin dit jaar zijn dat niet louter meer naakte trefwoorden die verwijzen naar bepaalde pagina. Onder het trefwoord staat nu vaak ook de url en een paar woorden uitleg.

Veel bezocht is daarom nog niet interessant

De zoekopdracht ‘Webatvantage' bijvoorbeeld levert zes sitelinks op. De eerste drie leiden naar de drukst bezochtste pagina's op onze website. Of het echter interessant is dat de allereerste link naar de loginpagina van ons CMS-systeem Mendeleev gaat, is zeer de vraag. Voor onze klanten misschien wel, al hebben zij de pagina ongetwijfeld ook opgeslagen in hun bookmarks zodat ze niet telkens via Google moeten. Voor prospects daarentegen is het nut verwaarloosbaar.

Spieken in de populariteitstatistieken

Waarom Google dit een belangrijke pagina vindt, daar hebben we dus het raden naar. Vooral omdat er in heel onze navigatie slechts één link naar deze loginpagina verwijst. Het kan bijna niet anders of het logaritme, dat het weergeven van de sitelinks bepaalt, gaat spieken bij de buren van Google Analytics. Aangezien de loginpagina intensief gebruikt wordt door onze klanten, concludeert de zoekrobot dat dit voor alle bezoekers van onze site een bron van ongemeen interessante info moet zijn.

Liever verwijzen naar onze core business

Nochtans zou het voor potentiële klanten veel interessanter zijn als er op de SERP van Google meer links zouden staan naar pagina's die dieper ingaan op onze core business, zoals ‘webdesign', ‘webshops' en ‘mailings'. Of als de pagina's met de hoogste pagerank zouden worden gebruikt. Onze webdesignpagina heeft pagerank 5, terwijl de loginpagina op 4 strandt. Meer dan wensen kunnen we echter niet doen omdat de webmaster-hulpprogramma's van Google enkel toelaten om sitelinks te ‘degraderen'. Nieuwe toevoegen of de volgorde wijzigen, is niet mogelijk.

Dit algoritme heeft echter ook voordelen. Als het klopt dat sitelinks vooral gestuurd worden door de data uit Google Analytics, kunnen we die informatie gebruiken om websites van anderen te analyseren en een verband te leggen tussen de opmaak van een pagina en de manier dat zich dat vertaalt in het verschijnen in de sitelinks.

 

Categorie: SEO, zoekmachine optimalisatie, Trends & hypes, Actualiteit

Schema.org is good for you!

gepost op Donderdag 17 november 2011 door Thomas

Schema.org is good for you!

De belangrijkste zoekmachines (Google, Bing en Yahoo) hebben een initiatief genomen om een gezamelijke markup te gebruiken om websites beter te begrijpen. Als gevolg is schema.org ontstaan. Het komt er op neer dat je als webdeveloper extra "micro data" toevoegt aan de html code. Op die manier geef je aan zoekmachines mee wat voor type inhoud je op de website kan terug vinden.

Onderstaande code is een eenvoudig voorbeeld van een product item. Maar op schema.org kan je nog andere types vinden: Event, Intangible, Organization, Person, Place en Product

Nadat je de micro data aan de html code hebt toegevoegd, controleer je dit best eens via Rich Snippets Testing Tool. Deze tool zal aangeven of je micro data goed overkomt.

Na verloop van tijd zal Google en co extra informatie tonen in de zoekresultaten. Je moet wel wat geduld hebben om het resultaat te zien. Bij deze heb je alvast enkele voorbeelden::

Evenement

Filmpjes & foto's

Broncode van Youtube.com: (zie itemscope & itemprop)

Met als resultaat

We hebben bij webatvantage een eye tracking test gedaan. Het resultaat kan je hier bekijken. Maar je hoeft geen dure eye tracking tests te doen om tot de conclusie te komen dat de aandacht naar de afbeeldingen en de foto's gaat.

E-commerce

Bij onderstaande screenshot wordt de aandacht getrokken naar de gele sterretjes en naar het filmpje.

 

Recept

Dit voorbeeld illustreert goed dat je niet perse de eerste in het rijtje moet zijn om alle aandacht naar je toe te trekken. 

Conclusie

Schema.org zullen de zoekresultaten alleen maar ten goede komen. Enerzijds heb je een beter visueel effect (zie screenshots) anderzijds zal belangrijke informatie zoals merken, datums, locaties enz. beter geïndexeerd geraken. Maar dat van die indexatie is eerder een vermoeden dan een feit. Of vergis ik mij?

Bij webatvantage hebben we op enkele websites schema.org geïntegreerd. Het is nog even wachten wat het resultaat zal zijn op lange termijn. We houden jullie in ieder geval op de hoogte!

Reacties, ervaringen of vragen i.v.m. met schema.org zijn altijd welkom via een reactie.

 

Categorie: SEO, zoekmachine optimalisatie

HTML 5 vs Flash

gepost op Dinsdag 17 mei 2011 door Sam

Allereerst zal ik mezelf even voorstellen. Mijn naam is Sam Van Hulle, en ik ben op dit moment bezig aan mijn laatste maanden als student Grafische en Digitale Media / Multimediaproductie aan de Arteveldehogeschool te Gent. Op 28 april begon mijn stage hier bij Webatvantage. Het is alvast een geheel nieuwe ervaring geweest om vanuit het bewogen studentenleven in een professionele omgeving als deze gegooid te worden, maar ik heb het me nog geen seconde beklaagd.

Wel is het een erg drukke periode. Op schools vlak nadert de deadline van mijn eindwerk met rasse schreden, en gezien Lieven mijn externe promotor is, vroeg hij me hierover een blogpostje te schrijven.

Als onderwerp koos ik de rijzende discussie tussen aanhangers van Adobe Flash enerzijds, en die van HTML 5 anderzijds. HTML 5 wordt aanzien als de zoveelste nieuwe Internetrevolutie, die zoveel spectaculaire nieuwigheden bevat dat plug-ins als Adobe Flash na verloop van tijd hun reden van bestaan zouden verliezen.

Waarom? Plug-ins als Flash worden door velen aanzien als een bedreiging: ze zijn eigendom van één bepaald bedrijf en worden beschermd door patenten, en dat druist regelrecht in tegen de ‘open’ filosofie van het W3C. Verder is het volgens sommigen een lastig iets dat plug-ins geïnstalleerd moeten worden (hoewel 97,9% van de met het Internet verbonden computers wel een versie van Flash Player heeft staan, en HTML 5-compatibele browsers behoorlijk in de minderheid zijn) en zou de performance niet optimaal zijn.

Hoewel dit allemaal geen leugens zijn, kan ik je alvast verklappen dat Flash voorlopig de winnaar is in deze strijd. En de grootste ‘boosdoener’ die daar de schuld in heeft is JavaScript.

HTML 5

HTML 5 en zijn vrolijke bende vertrouwen op JavaScript voor 99,9% van hun nieuwigheden. Het probleem is dat JavaScript geen nieuwigheid is, en dat voel je. Het is een erg archaïsche taal, nog niet eens 100% object-georiënteerd, en het debuggen ervan is een uitdaging. Het verbaast me niet dat JavaScript hier bij Webatvantage zich beperkt tot Google Analytics en de occasionele, op jQuery gebaseerde interface-animatie of AJAX-call.

Bij mijn eindwerk hoort ook een praktische proef. Om HTML 5 te confronteren met Flash, besloot ik de nieuwkomer in te schakelen in een gebied dat voorheen bijna volledig ‘eigendom’ was van Flash: dat van de browserspelletjes.

Het plan was een online action RPG te schrijven, die veel weg had van een Flash-game, maar geschreven was met behulp van de nieuwe HTML 5 Canvas-API. De werkelijkheid is helaas anders uitgedraaid: omwille van het lastige development in JavaScript, de veel te beperkte omvang van Canvas (vergeleken met Flash) en de verschrikkelijke performance, besloot ik eerder af te ronden. Het resultaat zijn drie spelomgevingen, waarin je met een riddertje kan rondlopen.

Om een kennis van me te citeren: “Ook negatieve conclusies zijn conclusies”. HTML 5 is simpelweg nog niet opgewassen tegen Flash. Maar ik beschouw dit niet als een definitieve nederlaag voor het W3C: de HTML 5- en Canvas-standaarden zijn nog volop in ontwikkeling, en ik hoop dat ze nog veel verder worden uitgebreid. Sowieso hebben beide partijen een toekomst naast elkaar, zij het op andere vlakken.

Wel wordt het tijd dat JavaScript een volwaardige OOP-taal wordt. Van vele JS-genieën zal dit een grote aanpassing vergen (zie de heisa rond elke nieuwe versie van ActionScript en eigenlijk zowat elke andere taal) maar uiteindelijk zal dit zowel de populariteit van JavaScript als de hoeveelheid frustratie die ermee gepaard gaat, ten goede komen.

Ik wacht in spanning de toekomst af, maar deze zomer begin ik alvast aan de Flash-versie van mijn spelletje!

Een live demo van dit experiment komt binnenkort!

Categorie: Trends & hypes, Development, Actualiteit, Get to know

.webdesign, .webshop, .hotel,... een zegen of een vloek?

gepost op Dinsdag 08 februari 2011 door Lieven

.webdesign, .webshop, .hotel,... een zegen of een vloek?

Een topleveldomein of TLD (letterlijk hoogste-niveaudomein) of internetextensie is het meest rechtse gedeelte in een internetdomeinnaam. Het wordt door de ICANN onder andere toegekend aan onafhankelijke landen.
De meeste Belgische sites hebben .be als laatste deel van hun domeinnaam, terwijl dat bij Franse domeinen .fr is. Nederlandse websites hebben .nl. Daarnaast hebben we het gekend egamma van .com,.net,.org,.eu,....

Door een recente beslissing van ICANN wordt het mogelijk om in de toekomst (vanaf 1 augustus 2011) een eigen TLD te registreren en de domeinnamen daarop zelf te verdelen.

Op 1 maart 2009 waren er volgens de website van ICANN zo'n 280 verschillende TLDs (enkele voorbeelden van minder gekende .aero, .museum, ...). Recentere cijfers zijn er op het eerste zicht niet direct voorhanden.

Dus vanaf 1 augustus kunnen bedrijven een eigen topleveldomein of TLD aanvragen, je moet er wel 185.000 $ voor neertellen.
Na de publicatie van de lijst van aanvragers en voor de evaluatie, kan een aanvraag ingetrokken worden waardoor de aanvrager 70 procent of 130.000 dollar kan terugkrijgen. Behalve de kosten van de aanvraag, is er een jaarlijkse vergoeding verschuldigd van minimaal 25.000 dollar. ICANN verwacht 500 tot 1000 aanvragen.

Persoonlijk zie ik geen nood aan extra TLD, dit zal meer onduidelijkheid in de domeinnaam wereld introduceren. Verder betekent dit voor heel wat bedrijven die hun merknaam of bedrijfnaam willen beschermen, een pak extra kosten en opvolging. Om dan nog te zwijgen van alle malafide praktijken die dit kan teweegbrengen.
Want voor grote bedrijven en organisaties is $185.000 toch een peulschil, uiteraard zullen er ook nog operationele kosten komen bij kijken, maar daarvoor kan je makkelijk een partner onder de arm nemen.

Stel nu dat je voor $185.000 .sex, .music kan bemachtigen, of om het iets meer in onze sector te houden .blog, .webshop,... . Dit is hetzelfde als de loterij winnen. Je kan direct starten met het verkopen van domeinnamen voor immense bedragen, als je weet dat voor sex.com enkele maanden geleden $13.000.000 werd neergeteld.

Ik ben benieuwd hoe dit verder gaat evolueren... Voorlopig houden wij het bij .be's, .eu's, .com's en enkele leuke uitzonderingen zoals bv. .me (Montenegro), waar er leuke woordspelingen met mogelijk zijn.

Categorie: Trends & hypes, Actualiteit
Tags: User experience, Webstandaarden, Domeinnamen
Pagina 1 2 3
Icon twitter

Twitter update

Interessante meeting met @Ogone gehad. Meer mogelijkheden met minder administratie #mooizo.

Blog categorieën



Zoeken



Laatste reacties

Donderdag 08 december 2011

zhong reageerde op HTML 5 vs Flash

Woensdag 23 november 2011

NEWTRAFFIC, internet marketing specialist reageerde op Schema.org is good for you!

Vrijdag 04 november 2011

Goedkope keukens reageerde op QR-code als mobile marketing


Icon RSS

RSS Feed

Wanneer u zich op deze pagina voor een RSS feed aanmeldt, krijgt u samenvattingen van de berichten op een eenvoudige manier aangeleverd.

 

Nieuwsbrief

Schrijf je in op de nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van alles wat reilt en zeilt bij Webatvantage.