
Het internet is al lang geen medium meer dat alleen maar mensen met elkaar verbindt via pc's, tablets en smartphones. Wel integendeel, er communiceren via het web vandaag meer wekkers, koelkasten, regenjassen, auto's, koeien en medische toestellen dan mensen. Met de introductie van het nieuwe internetprotocol wordt de laatste hindernis geslecht om alles met alles te laten kwetteren.
We kennen het einde nog niet van het internet der dingen. Aanvankelijk zorgden chips op goederen ervoor dat de voorraden in de winkelrekken netjes werden bijgehouden en de leverancier verwittigd werd als het laatste exemplaar de deur uitging. Vandaag staat het Internet der dingen voor een niet aflatende informatiestroom afkomstig van gebruiksvoorwerpen en dieren om ons leven comfortabeler kunnen maken. En in veel gevallen communiceren ze niet eens meer met de uiteindelijke consument maar met elkaar en ervaren we daar pas in een veel later stadium de gevolgen van.
Stel, je bent veeboer en morgenochtend moet je naar een vergadering van de Boerenbond over de manier waarop je koeien zelf een mailtje naar de dierenarts kunnen sturen als ze zich niet lekker voelen. Doch de meeting wordt vanavond laat nog met een uur verlaat. Je wekker wordt verwittigd dat je nog even mag doorslapen, je koffiezetapparaat dat het pas later hoeft aan te slaan en je auto dat je voorruit pas over een kwartier moet ontdooid worden. En als je van zoveel organisatie buiten jezelf om een beetje hartkloppingen krijgt, dan is het ook perfect mogelijk dat je pacemaker je dokter daar gelijk van verwittigd.
Cisco, de bedenker van netwerkoplossingen, heeft berekend dat tegen het einde van het jaar twintig huishoudens op die manier meer internettrafiek zullen veroorzaken dan er in 2008 op het volledige internet omging. Omdat het beschikbaar aantal IP-adressen voor die exponentiële groei onvoldoende is, zijn de internetgoden heel druk bezig met de introductie van Internet Protocol versie 6. Het huidige protocol heeft ongeveer vier miljard adressen in de aanbieding en die zijn intussen zo goed als allemaal verdeeld. Zodra we met IPv6 aan de slag kunnen, zijn er voor elke aardbewoner ongeveer 50.000 quadriljoen adressen beschikbaar. Dat moet volstaan om met elk voorwerp in onze huislijke kring voor een tijdje een goed gesprek te voeren.

Hoewel rond half februari het hardnekkige gerucht rondging dat hij nog anderhalve maand te leven had, stond Apple-topman Steve Jobs maandag fris en monter als altijd op het podium van Moscone West. Apples jaarlijkse World Wide Development Conference was namelijk, naar goede gewoonte, een uitlaatklep voor een aantal veelbelovende Apple-nieuwigheden, en het zou ongehoord zijn als Jobs een nietszeggende onderdaan in zijn plaats de keynote zou laten presenteren, nietwaar?
Eén van die zogenaamde nieuwigheden is iCloud. Als u zich bij het horen van die naam een opgefriste MobileMe voorstelt: dat is het ook. Maar laat ons niet op de feiten vooruitlopen.
iCloud is een nieuwe online dienst van Apple, die het toelaat een groot deel van je bestanden van je harde schijf te halen en op te slaan 'in the cloud', iets wat tegenwoordig een populair concept is. Apples favoriete voordeel van cloud computing is, terecht, het synchroon beschikbaar stellen van je bestanden op al je compatibele apparaten. En in het geval van iCloud zijn dat je Mac, je compatibele iOS-devices (lees: vanaf versie 5) en zelfs je PC. De enige vereiste is een WiFi- of Ethernetverbinding.
Er zijn vier concrete situaties waarin je kan gebruik maken van iCloud. De eerste is de iTunes Music Store: elk nummer dat je aankoopt wordt opgeslagen in de cloud, en kan je on demand downloaden naar je iPhone, iPad, enzovoort. Streamen is helaas (nog) niet mogelijk.
Een tweede toepassing wordt Photo Stream genoemd, en is in essentie een 'live' album van je duizend recentste foto's. Op je iOS device kan je ze naar keuze downloaden naar het intern flashgeheugen, op je Mac of PC wordt alles automatisch opgeslagen. Apple TV is ook compatibel.
De derde situatie is handig als je je app- en ebook-collectie op al je iOS-apparaten identiek wilt hebben, tot aan app-specifieke instellingen toe. In het geval van ebooks houdt iCloud zelfs per boek de laatst gelezen pagina bij. Ook bladwijzers en aantekeningen worden opgeslagen en gepushed. En voor gebruikers van de mobiele iWork apps: ook daarin wordt iCloud geïntegreerd.
Het vierde en laatste scenario ontfermt zich over je e-mail, kalender en contactpersonen. Zo zal op je inbox vanaf nu op al je apparaten up to date zijn, maar enkel wat betreft je gratis @me.com e-mailadres. Hoe dit verschilt van IMAP- of Microsoft Exchange-gebaseerde mailaccount is me niet duidelijk, maar een gratis mailaccount is natuurlijk altijd mooi meegenomen.
Op de kalendersynchronisatie wacht ik dan weer wel al een tijdje. iCal op OSX is een geweldig programma, en hoewel de synchronisatie met iOS omslachtig tot nu toe omslachtig verliep, heeft dit me nooit kunnen overhalen over te stappen op een third-party app. En terecht, bij deze. Tevens laat iCloud laat je toe je kalenders te delen met andere iCloud-gebruikers.
Contact-synchronisatie verloopt gelijkaardig, en is zelfs compatibel met Microsoft Outlook.
"Quanta costa?" is een vraag die, na elke Apple-aankondiging, niet lang op zich laat wachten. Het antwoord is echter verrassend: niets. iCloud is het resultaat van wat Apple geleerd heeft uit het .Mac- en MobileMe-fiasco, en dat is dat een dienst als deze moet voldoen aan minstens drie essentiële kenmerken. De apps moeten multiplatform zijn (in dit geval OSX, iOS en Windows — we nemen het Apple even niet kwalijk dat ze Android niet ondersteunen), ze moeten goed geïntegreerd zijn op ieder platform (iets dat in MobileMe wel beter kon) en, last but not least, het moet gratis zijn. Al is het maar om te kunnen concurreren, want voor diensten als Spotify en zelfs de comfortabele basisruimte van Dropbox of CloudApp betaal je nog steeds geen rooie cent.
Zeker niet. Een vriend van me bekritiseerde terecht de enthousiaste reactie op de aankondiging van iCloud: cloud computing is al ruim een jaar één van de pijlers van het mobiele tijdperk, en Apple springt een beetje laat mee op de trein. Google en Android hebben hun populariteit voor een groot deel te danken aan gratis cloud-gebaseerde producten — kijk maar naar Calendar, Contacts, Gmail, Docs en dergelijke — en Apple heeft net iets te lang geloofd in zijn peperdure MobileMe. Dat willen ze nu goedmaken, vandaar dat de iOS-community zo verheugd is.
Persoonlijk ga ik geen 100% overtuigde iCloud-gebruiker worden: voor de meeste cloud-gebaseerde toepassingen zijn third-party apps nog steeds beter. Zo sla ik nog altijd 80% van mijn documenten op in Dropbox, en wonen mijn notities nog steeds gezellig in Simplenote. Mijn 12 GB aan foto's moet ik echt niet ten allen tijde bij me hebben, maar voor die uitzonderlijke momenten is Facebook er ook nog. Wat mail betreft opteer ik wanneer mogelijk nog steeds voor IMAP of Exchange.
Wat niet wilt zeggen dat ik iCloud volledig ga mijden. iTunes In The Cloud is een geweldige oplossing voor iPhone-eigenaars met een lage opslagcapaciteit — ik pleit schuldig — en hoewel het syncen van apps en ebooks slechts handig is voor gebruikers van meerdere iOS-apparaten, zie ik het voor hen in sommige gevallen zelfs bij momenten onmisbaar worden.
Maar de handigste toepassingen van iCloud zijn in feite gekopieerd van apps die al jaren beschikbaar zijn bij Google en Microsoft, maar die ik persoonlijk nooit gebruikt heb omwille van de oerdegelijke Mac-programma's die iCal en Address Book zijn. Eindelijk krijgen ze hun (gratis) cloud-functionaliteit.
Maar we hebben erop mogen wachten. Is Apple hun innovatief karakter kwijt? En is Google ermee gaan lopen?
Categorie: Technologieën, Trends & hypes, Actualiteit
Vandaag de dag kunnen we er niet meer naast kijken, social media is alomtegenwoordig op het web en 'Tweet' en 'Vind ik leuk' zijn inmiddels termen die ons bekend in de oren klinken.
Webatvantage speelt uiteraard in op deze trends. We hebben het voor onze klanten mogelijk gemaakt om met één muisklik een bericht op de social media websites te plaatsen. Zo worden hun followers op de hoogte gebracht wanneer er een nieuw blog- of nieuwsbericht verschijnt. Ze zijn op deze manier sneller geneigd om een bezoekje te brengen aan je website.
Voor de integratie van Twitter werd er gebruik gemaakt van de Abraham TwitterOAuth klasse. Hiermee kan er gemakkelijk een connectie gelegd worden via een consumerkey en consumersecret. Wat we vervolgens nog doen is voor elke klant een Twitterapplicatie aanmaken. Het voordeel hiervan is dat we 2 extra keys krijgen waardoor de klant permanent aangemeld kan blijven, zo kan hij ongestoord in Mendeleev blijven werken.
Het enige verschil bij de integratie van Facebook is dat er gebruik gemaakt wordt van één enkele applicatie om statussen bij te werken maar ook hier is het maar één keer nodig om toestemming te geven aan deze applicatie en aan te melden op Facebook. Achter de schermen wordt de Graph API gebruikt, een API geschreven door de mensen van Facebook zelf.
Momenteel werden deze sociale netwerksites enkel geïntegreerd in de nieuws- en blogmodule maar naar de toekomst toe zou deze functie nog in meerdere modules zoals bv. de productenmodule toegevoegd kunnen worden. Bovendien hebben we al meteen gebruik gemaakt van urls.be, een van onze laatste projecten, om onze links te verkorten. Het voordeel hiervan is dat tweets niet gedomineerd worden door lange url's.
Categorie: Webatvantage, Technologieën, Trends & hypes, Actualiteit
De laatste tijd zie je als maar meer QR-codes opduiken. Je vindt ze op inkomkaartjes, affiches, etiketjes van producten, CD-hoesjes enz. Je kan een QR-code vergelijken met een moderne tweedimentionele barcode. Als code lezer gebruik je je GSM of liever je SmartPhone. Via de QR-code kan je informatie meegeven die interessant kan zijn voor de SmartPhone gebruiker. Deze informatie kan gewone tekst zijn, een url, een telefoonnummer, een e-mailadres, enz.
Enkele voorbeelden:
- Op een inkomkaartje kan je via de QR-code de Url naar een website inscannen. Je hoeft de url niet zelf in te typen. Maar je surft er automatisch naartoe.
- Op je visitekaartje zet je een QR-code met al je contact gegevens. Iemand met een SmartPhone moet dan je kaartje gewoon inscannen. (Zie foto)
- In een etalage van een kledingszaak geef je de mogelijkheid om de webpagina van een kledingsstuk in te scannen. Zo kan je het artikel ook online verkopen als de winkel gesloten is.
Je GSM of SmartPhone heeft volgende zaken nodig:
Er zijn online voldoende QR-generators te vinden. Enkele voorbeelden:
De mogelijkheden zijn dus onbeperkt. Aangezien er als maar meer mensen een SmarthPhone hebben zal de QR-code automatisch ook ingeburgerd geraken. In Japan wordt hier bijvoorbeeld al gretig gebruik van gemaakt (zie filmpje).