gepost op Donderdag 09 juni 2011 door Sam

Hoewel rond half februari het hardnekkige gerucht rondging dat hij nog anderhalve maand te leven had, stond Apple-topman Steve Jobs maandag fris en monter als altijd op het podium van Moscone West. Apples jaarlijkse World Wide Development Conference was namelijk, naar goede gewoonte, een uitlaatklep voor een aantal veelbelovende Apple-nieuwigheden, en het zou ongehoord zijn als Jobs een nietszeggende onderdaan in zijn plaats de keynote zou laten presenteren, nietwaar?
Eén van die zogenaamde nieuwigheden is iCloud. Als u zich bij het horen van die naam een opgefriste MobileMe voorstelt: dat is het ook. Maar laat ons niet op de feiten vooruitlopen.
iCloud is een nieuwe online dienst van Apple, die het toelaat een groot deel van je bestanden van je harde schijf te halen en op te slaan 'in the cloud', iets wat tegenwoordig een populair concept is. Apples favoriete voordeel van cloud computing is, terecht, het synchroon beschikbaar stellen van je bestanden op al je compatibele apparaten. En in het geval van iCloud zijn dat je Mac, je compatibele iOS-devices (lees: vanaf versie 5) en zelfs je PC. De enige vereiste is een WiFi- of Ethernetverbinding.
Er zijn vier concrete situaties waarin je kan gebruik maken van iCloud. De eerste is de iTunes Music Store: elk nummer dat je aankoopt wordt opgeslagen in de cloud, en kan je on demand downloaden naar je iPhone, iPad, enzovoort. Streamen is helaas (nog) niet mogelijk.
Een tweede toepassing wordt Photo Stream genoemd, en is in essentie een 'live' album van je duizend recentste foto's. Op je iOS device kan je ze naar keuze downloaden naar het intern flashgeheugen, op je Mac of PC wordt alles automatisch opgeslagen. Apple TV is ook compatibel.
De derde situatie is handig als je je app- en ebook-collectie op al je iOS-apparaten identiek wilt hebben, tot aan app-specifieke instellingen toe. In het geval van ebooks houdt iCloud zelfs per boek de laatst gelezen pagina bij. Ook bladwijzers en aantekeningen worden opgeslagen en gepushed. En voor gebruikers van de mobiele iWork apps: ook daarin wordt iCloud geïntegreerd.
Het vierde en laatste scenario ontfermt zich over je e-mail, kalender en contactpersonen. Zo zal op je inbox vanaf nu op al je apparaten up to date zijn, maar enkel wat betreft je gratis @me.com e-mailadres. Hoe dit verschilt van IMAP- of Microsoft Exchange-gebaseerde mailaccount is me niet duidelijk, maar een gratis mailaccount is natuurlijk altijd mooi meegenomen.
Op de kalendersynchronisatie wacht ik dan weer wel al een tijdje. iCal op OSX is een geweldig programma, en hoewel de synchronisatie met iOS omslachtig tot nu toe omslachtig verliep, heeft dit me nooit kunnen overhalen over te stappen op een third-party app. En terecht, bij deze. Tevens laat iCloud laat je toe je kalenders te delen met andere iCloud-gebruikers.
Contact-synchronisatie verloopt gelijkaardig, en is zelfs compatibel met Microsoft Outlook.
"Quanta costa?" is een vraag die, na elke Apple-aankondiging, niet lang op zich laat wachten. Het antwoord is echter verrassend: niets. iCloud is het resultaat van wat Apple geleerd heeft uit het .Mac- en MobileMe-fiasco, en dat is dat een dienst als deze moet voldoen aan minstens drie essentiële kenmerken. De apps moeten multiplatform zijn (in dit geval OSX, iOS en Windows — we nemen het Apple even niet kwalijk dat ze Android niet ondersteunen), ze moeten goed geïntegreerd zijn op ieder platform (iets dat in MobileMe wel beter kon) en, last but not least, het moet gratis zijn. Al is het maar om te kunnen concurreren, want voor diensten als Spotify en zelfs de comfortabele basisruimte van Dropbox of CloudApp betaal je nog steeds geen rooie cent.
Zeker niet. Een vriend van me bekritiseerde terecht de enthousiaste reactie op de aankondiging van iCloud: cloud computing is al ruim een jaar één van de pijlers van het mobiele tijdperk, en Apple springt een beetje laat mee op de trein. Google en Android hebben hun populariteit voor een groot deel te danken aan gratis cloud-gebaseerde producten — kijk maar naar Calendar, Contacts, Gmail, Docs en dergelijke — en Apple heeft net iets te lang geloofd in zijn peperdure MobileMe. Dat willen ze nu goedmaken, vandaar dat de iOS-community zo verheugd is.
Persoonlijk ga ik geen 100% overtuigde iCloud-gebruiker worden: voor de meeste cloud-gebaseerde toepassingen zijn third-party apps nog steeds beter. Zo sla ik nog altijd 80% van mijn documenten op in Dropbox, en wonen mijn notities nog steeds gezellig in Simplenote. Mijn 12 GB aan foto's moet ik echt niet ten allen tijde bij me hebben, maar voor die uitzonderlijke momenten is Facebook er ook nog. Wat mail betreft opteer ik wanneer mogelijk nog steeds voor IMAP of Exchange.
Wat niet wilt zeggen dat ik iCloud volledig ga mijden. iTunes In The Cloud is een geweldige oplossing voor iPhone-eigenaars met een lage opslagcapaciteit — ik pleit schuldig — en hoewel het syncen van apps en ebooks slechts handig is voor gebruikers van meerdere iOS-apparaten, zie ik het voor hen in sommige gevallen zelfs bij momenten onmisbaar worden.
Maar de handigste toepassingen van iCloud zijn in feite gekopieerd van apps die al jaren beschikbaar zijn bij Google en Microsoft, maar die ik persoonlijk nooit gebruikt heb omwille van de oerdegelijke Mac-programma's die iCal en Address Book zijn. Eindelijk krijgen ze hun (gratis) cloud-functionaliteit.
Maar we hebben erop mogen wachten. Is Apple hun innovatief karakter kwijt? En is Google ermee gaan lopen?
Categorie: Technologieën, Trends & hypes, Actualiteitgepost op Dinsdag 17 mei 2011 door Sam
Allereerst zal ik mezelf even voorstellen. Mijn naam is Sam Van Hulle, en ik ben op dit moment bezig aan mijn laatste maanden als student Grafische en Digitale Media / Multimediaproductie aan de Arteveldehogeschool te Gent. Op 28 april begon mijn stage hier bij Webatvantage. Het is alvast een geheel nieuwe ervaring geweest om vanuit het bewogen studentenleven in een professionele omgeving als deze gegooid te worden, maar ik heb het me nog geen seconde beklaagd.
Wel is het een erg drukke periode. Op schools vlak nadert de deadline van mijn eindwerk met rasse schreden, en gezien Lieven mijn externe promotor is, vroeg hij me hierover een blogpostje te schrijven.
Als onderwerp koos ik de rijzende discussie tussen aanhangers van Adobe Flash enerzijds, en die van HTML 5 anderzijds. HTML 5 wordt aanzien als de zoveelste nieuwe Internetrevolutie, die zoveel spectaculaire nieuwigheden bevat dat plug-ins als Adobe Flash na verloop van tijd hun reden van bestaan zouden verliezen.
Waarom? Plug-ins als Flash worden door velen aanzien als een bedreiging: ze zijn eigendom van één bepaald bedrijf en worden beschermd door patenten, en dat druist regelrecht in tegen de ‘open’ filosofie van het W3C. Verder is het volgens sommigen een lastig iets dat plug-ins geïnstalleerd moeten worden (hoewel 97,9% van de met het Internet verbonden computers wel een versie van Flash Player heeft staan, en HTML 5-compatibele browsers behoorlijk in de minderheid zijn) en zou de performance niet optimaal zijn.
Hoewel dit allemaal geen leugens zijn, kan ik je alvast verklappen dat Flash voorlopig de winnaar is in deze strijd. En de grootste ‘boosdoener’ die daar de schuld in heeft is JavaScript.

HTML 5 en zijn vrolijke bende vertrouwen op JavaScript voor 99,9% van hun nieuwigheden. Het probleem is dat JavaScript geen nieuwigheid is, en dat voel je. Het is een erg archaïsche taal, nog niet eens 100% object-georiënteerd, en het debuggen ervan is een uitdaging. Het verbaast me niet dat JavaScript hier bij Webatvantage zich beperkt tot Google Analytics en de occasionele, op jQuery gebaseerde interface-animatie of AJAX-call.
Bij mijn eindwerk hoort ook een praktische proef. Om HTML 5 te confronteren met Flash, besloot ik de nieuwkomer in te schakelen in een gebied dat voorheen bijna volledig ‘eigendom’ was van Flash: dat van de browserspelletjes.
Het plan was een online action RPG te schrijven, die veel weg had van een Flash-game, maar geschreven was met behulp van de nieuwe HTML 5 Canvas-API. De werkelijkheid is helaas anders uitgedraaid: omwille van het lastige development in JavaScript, de veel te beperkte omvang van Canvas (vergeleken met Flash) en de verschrikkelijke performance, besloot ik eerder af te ronden. Het resultaat zijn drie spelomgevingen, waarin je met een riddertje kan rondlopen.
Om een kennis van me te citeren: “Ook negatieve conclusies zijn conclusies”. HTML 5 is simpelweg nog niet opgewassen tegen Flash. Maar ik beschouw dit niet als een definitieve nederlaag voor het W3C: de HTML 5- en Canvas-standaarden zijn nog volop in ontwikkeling, en ik hoop dat ze nog veel verder worden uitgebreid. Sowieso hebben beide partijen een toekomst naast elkaar, zij het op andere vlakken.
Wel wordt het tijd dat JavaScript een volwaardige OOP-taal wordt. Van vele JS-genieën zal dit een grote aanpassing vergen (zie de heisa rond elke nieuwe versie van ActionScript en eigenlijk zowat elke andere taal) maar uiteindelijk zal dit zowel de populariteit van JavaScript als de hoeveelheid frustratie die ermee gepaard gaat, ten goede komen.
Ik wacht in spanning de toekomst af, maar deze zomer begin ik alvast aan de Flash-versie van mijn spelletje!
Een live demo van dit experiment komt binnenkort!
Categorie: Trends & hypes, Development, Actualiteit, Get to knowTwitter update
Italiaanse mail van Volunia? Ze hebben hun lesje nog niet geleerd. "Come sta cambiando Volunia: importanti novità dal 18 maggio." #voluniaBlog categorieën
Zoeken
Laatste reacties
Donderdag 05 april 2012
Matt McField reageerde op Google Analytics schemert door in de sitelinksDonderdag 09 februari 2012
Lieven reageerde op Ogone maakt betaalfaciliteiten voor opstartende webshops eenvoudigerDonderdag 09 februari 2012
Pieter reageerde op Ogone maakt betaalfaciliteiten voor opstartende webshops eenvoudigerRSS Feed
Wanneer u zich op deze pagina voor een RSS feed aanmeldt, krijgt u samenvattingen van de berichten op een eenvoudige manier aangeleverd.Nieuwsbrief
Schrijf je in op de nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van alles wat reilt en zeilt bij Webatvantage.