
De sitelinks die Google op zijn resultatenpagina's toont, helpen ons om snel de informatie te vinden die we op het web zoeken. Of de zoekrobot sitelinks laat zien en zo ja, welke sitelinks dat dan wel zijn, wordt echter bepaald door een algoritme dat wellicht ook informatie uit Google Analytics gebruikt.
Sitelinks zijn de links die onder sommige zoekresultaten op de SERP-pagina van Google worden weergegeven. Het zijn er maximaal twaalf. Sinds begin dit jaar zijn dat niet louter meer naakte trefwoorden die verwijzen naar bepaalde pagina. Onder het trefwoord staat nu vaak ook de url en een paar woorden uitleg.
De zoekopdracht ‘Webatvantage' bijvoorbeeld levert zes sitelinks op. De eerste drie leiden naar de drukst bezochtste pagina's op onze website. Of het echter interessant is dat de allereerste link naar de loginpagina van ons CMS-systeem Mendeleev gaat, is zeer de vraag. Voor onze klanten misschien wel, al hebben zij de pagina ongetwijfeld ook opgeslagen in hun bookmarks zodat ze niet telkens via Google moeten. Voor prospects daarentegen is het nut verwaarloosbaar.
Waarom Google dit een belangrijke pagina vindt, daar hebben we dus het raden naar. Vooral omdat er in heel onze navigatie slechts één link naar deze loginpagina verwijst. Het kan bijna niet anders of het logaritme, dat het weergeven van de sitelinks bepaalt, gaat spieken bij de buren van Google Analytics. Aangezien de loginpagina intensief gebruikt wordt door onze klanten, concludeert de zoekrobot dat dit voor alle bezoekers van onze site een bron van ongemeen interessante info moet zijn. 
Nochtans zou het voor potentiële klanten veel interessanter zijn als er op de SERP van Google meer links zouden staan naar pagina's die dieper ingaan op onze core business, zoals ‘webdesign', ‘webshops' en ‘mailings'. Of als de pagina's met de hoogste pagerank zouden worden gebruikt. Onze webdesignpagina heeft pagerank 5, terwijl de loginpagina op 4 strandt. Meer dan wensen kunnen we echter niet doen omdat de webmaster-hulpprogramma's van Google enkel toelaten om sitelinks te ‘degraderen'. Nieuwe toevoegen of de volgorde wijzigen, is niet mogelijk.
Dit algoritme heeft echter ook voordelen. Als het klopt dat sitelinks vooral gestuurd worden door de data uit Google Analytics, kunnen we die informatie gebruiken om websites van anderen te analyseren en een verband te leggen tussen de opmaak van een pagina en de manier dat zich dat vertaalt in het verschijnen in de sitelinks.
Categorie: SEO, zoekmachine optimalisatie, Trends & hypes, Actualiteit

Kom werken bij Webatvantage, een jong webdesign bedrijf uit regio Gent, en wordt deel van een enthousiast team.
Skills:
Verras ons met je pluspunten (je bent al afgedaald in de catacomben van Google Analytics, ...).
Wij bieden:
Je CV mag je doorsturen naar Lieven Van Mullem - lieven@webatvantage.be.
Categorie: Webatvantage, Actualiteit
Het internet is al lang geen medium meer dat alleen maar mensen met elkaar verbindt via pc's, tablets en smartphones. Wel integendeel, er communiceren via het web vandaag meer wekkers, koelkasten, regenjassen, auto's, koeien en medische toestellen dan mensen. Met de introductie van het nieuwe internetprotocol wordt de laatste hindernis geslecht om alles met alles te laten kwetteren.
We kennen het einde nog niet van het internet der dingen. Aanvankelijk zorgden chips op goederen ervoor dat de voorraden in de winkelrekken netjes werden bijgehouden en de leverancier verwittigd werd als het laatste exemplaar de deur uitging. Vandaag staat het Internet der dingen voor een niet aflatende informatiestroom afkomstig van gebruiksvoorwerpen en dieren om ons leven comfortabeler kunnen maken. En in veel gevallen communiceren ze niet eens meer met de uiteindelijke consument maar met elkaar en ervaren we daar pas in een veel later stadium de gevolgen van.
Stel, je bent veeboer en morgenochtend moet je naar een vergadering van de Boerenbond over de manier waarop je koeien zelf een mailtje naar de dierenarts kunnen sturen als ze zich niet lekker voelen. Doch de meeting wordt vanavond laat nog met een uur verlaat. Je wekker wordt verwittigd dat je nog even mag doorslapen, je koffiezetapparaat dat het pas later hoeft aan te slaan en je auto dat je voorruit pas over een kwartier moet ontdooid worden. En als je van zoveel organisatie buiten jezelf om een beetje hartkloppingen krijgt, dan is het ook perfect mogelijk dat je pacemaker je dokter daar gelijk van verwittigd.
Cisco, de bedenker van netwerkoplossingen, heeft berekend dat tegen het einde van het jaar twintig huishoudens op die manier meer internettrafiek zullen veroorzaken dan er in 2008 op het volledige internet omging. Omdat het beschikbaar aantal IP-adressen voor die exponentiële groei onvoldoende is, zijn de internetgoden heel druk bezig met de introductie van Internet Protocol versie 6. Het huidige protocol heeft ongeveer vier miljard adressen in de aanbieding en die zijn intussen zo goed als allemaal verdeeld. Zodra we met IPv6 aan de slag kunnen, zijn er voor elke aardbewoner ongeveer 50.000 quadriljoen adressen beschikbaar. Dat moet volstaan om met elk voorwerp in onze huislijke kring voor een tijdje een goed gesprek te voeren.

Social media is hot, dat weten ze bij Google ook en dus werd dinsdag Googles alternatief voor onder meer Facebook gelanceerd. De nieuwkomer heet Google+ en de eerste commentaren binnen de techwereld zijn alvast lovend. De vraag is echter of Google tevreden Facebook-gebruikers zal kunnen wegkapen.
Persoonlijk vind ik ‘Circles' in Google+ een heel interessante toepassing. Circles staat voor het online beheer van contactpersonen, waarbij de gebruiker zijn contacten op basis van hun verwantschap simpel, via klikken en slepen, kan onderverdelen in ‘cirkels/groepen'. Zo kan je specifieke informatie met specifieke groepen delen. In plaats van alles te delen met iedereen, zoals bij Facebook standaard het geval is. Deze toepassing kan bijvoorbeeld goed gebruikt worden door bedrijven, werkgroepen,... En als het wordt geïntegreerd in Google Apps, wordt het misschien wel een geduchte concurrent voor Office 365, dat Microsoft deze week lanceerde.
Het Google+ verhaal zou Facebook wel eens parten kunnen spelen. In maart 2011 werd de waarde van Facebook geschat op 65 miljard dollar. Tegen de beursgang van april 2012 zou de kaap van 100 miljard dollar binnen bereik liggen. Maar als we vergelijken met wat die andere sociale netwerksite MySpace is overkomen, is zelfs dat geen garantie op blijvend succes.
Mediamagnaat Rupert Murdoch verkocht MySpace deze week voor 35 miljoen dollar aan de Amerikaanse internetadverteerder Specific Media. In 2005, toen MySpace het populairste social media netwerk was en de kopers in de rij stonden, had News Corp. er nog het astronomische bedrag van 580 miljoen dollar voor over. Dat was voor Facebook op het toneel verscheen. Sind september 2006 heeft het goudhaantje van Mark Zuckerberg systematische gebruikers bij MySpace weg gesnoept.
Van de weeromstuit zou hem nu wel eens hetzelfde kunnen overkomen. De diehard facebookers zullen Facebook wellicht niet in de steek laten. Maar wat doen de 300 miljoen gebruikers die er pas sinds maart 2011 zijn bijgekomen? Als zij van kamp veranderen, kan dat nefast zijn voor Facebook, dat kan terugblikken op een geschatte omzet van 2 miljard dollar in 2010. Minder leden is minder omzet en precies dat doet vragen rijzen bij de immens hoge verwachting van de beursintroductie.
Ook LinkedIn staat voor een enorme uitdaging. Vorig jaar maakte hetbedrijf een winst van 15 miljoen dollar op een omzet van 250 miljoen. Aan de huidige beurskoers van ongeveer 90 dollar is LinkedIn 8,3 miljard dollar waard, met een koers/winst verhouding van meer dan 1.000. Ter vergelijking: bij Google is de koers/winst verhouding vandaag 19.
De vraag is welke inspanningen LinkedIn gaat leveren om zijn winst te verhogen? Hopelijk is er hier geen zeepbel 2.0 in de maak. Beleggers willen kost wat kost investeren in social media en het aanbod is momenteel nog heel beperkt. Het enige social media bedrijf momenteel op de beurs is immers LinkedIn.
Google daarentegen realiseerde een omzet van 30 miljard dollar in 2010 en beschikt over een berg cash van 13 miljard. De oorlogskas is dus goed gevuld. Google heeft voorlopig geen inkomsten nodig uit hun social media avontuur en heeft bijgevolg meer tijd dan andere spelers op de markt.
Hoe het Facebook, Twitter, Google+, LinkedIn en de anderen ook vergaat, social media is een blijver die niet meer weg te denken valt in onze dagelijks omgang met elkaar. Ik ben benieuwd hoe het landschap zich zal herschapen. Bij Webatvantage volgen we de trends sowieso op de voet en zullen we onze klanten ook blijven adviseren. Maar dat we binnenkort naast de facebook- en twitteraccounts ook Google+-accounts zullen maken, staat als een paal boven water.